Een nachtje logeren bij de Buiksloterdraaibrug?

Het brugwachtershuisje bij de Buiksloterdraaibrug is omgebouwd tot een zeer compacte tweepersoons luxe hotelkamer van het Sweetshotel.

Je kunt de kamer reserveren vanaf € 160 per nacht. Als historie vermeldt het hotel alleen de bouw van het huisje in 1984. Interessanter is dat daar sinds zeventiende eeuw een herberg stond die na de opening van het Noord-Hollands kanaal in 1824 werd afgebroken: De Burg van Alkmaar. Het was een logement ‘met vele Roijaale Vertrekken, hun vermaaklyk uitzigt hebbende over ’t Y en de Stad Amsterdam’

Een tekening van  J.Bulthuis uit 1790 toont Buiksloot met de buiten de Waterlandse Zeedijk gelegen  Burg van Alkmaar (links op de tekening). Rechts daarvan strekt zich het Oosteinde van Buiksloot uit. Op de dijk stonden de herbergen Het Rode Hart, De vergulde Wagen en De Prins William. Rond de schutsluis en de overhaal was het een drukte van belang: de veerschuiten uit Amsterdam kwamen daar aan en men kon er overstappen op het veer naar de steden van Waterland.

Op een tekening van Gerrit Lamberts uit 1816 is De Burg van Alkmaar ook duidelijk te zien. Men kon er vanaf de dijk binnengaan, maar ook via de wateringang aan de IJ-zijde. Het was de enige herberg in Buiksloot die direct aan het IJ lag. De hotelkamer in het brugwachtershuisje is nu helaas niet van beide kanten bereikbaar.

 

 

 

 

 

In 1822 was de draaibrug al aangelegd en liet Lamberts de positie van de herberg (rechts met wat groen in de gevel) duidelijker zien: daar staat nu het brugwachtershuisje.  Een stuk of acht huizen werden voor de aanleg van de waterkering en de draaibrug gesloopt. Ook De burg van Alkmaar moest het veld ruimen.

 

 

 

Wie nu bij het Sweetshotel een verblijf in het brugwachtershuisje boekt, betreedt het hart Buiksloot. Veel meer daarover is te lezen in De Geschiedenis van de Buiksloterham, deel 1. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




De oudste foto’s van de Buiksloterham

Tussen 1861 en 1868 (honderdvijftig jaar geleden) fotografeerde Pieter Oosterhuis de werkzaamheden bij de bouw van de Willem III sluis en het herstel van de Willem I sluis. Op de foto’s die hij in noordelijke richting maakte, is de vroege bebouwing van de Buiksloterham te zien. De witte huisjes zijn de arbeidershuizen die de drooglegger en eerste eigenaar van de polder – F.W.J. Beukman (1783-1867) – liet bouwen. Die huizen lagen naast de toenmalige Laanweg. In de verte is herenboerderij Huis den Ham te zien

Huis den Ham stond ongeveer waar nu de voormalige Sint Ritakerk op het Hage-doornplein staat.
Beukman legde de polder in 1851 droog en verkocht de westelijke helft ervan in de texelaars Simon en Cornelis Keijser en hun twee compagnons. Toen Beukman in 1867 overleed werd zijn oostelijke deel onder zijn acht kinderen (en hun erfgenamen) verdeeld.

In deel 2 van de Geschiedenis van de Buiksloterham beschrijft Margreet Visser uitgebreid de drooglegging en de bewoning van de Buiksloterham en de akkerbouw door de pioniers uit De Streek en Texel die daar kwamen werken.  




Tekening van Buiksloot krijgt betere beschrijving

De beeldbank van het Noord-Hollands archief bewaart een tekening van Gerrit Lamberts met de beschrijving: ‘Gezicht op een overstroomd polderlandschap’, locatie Buiksloot, geen datering. Daar valt meer over te zeggen. Margreet Visser herkende de trekschuit van het binnenveer (naar de steden in Waterland) en veronderstelde dat die aan de steiger in de ringvaart van de Buikslotermeer lag, aan de landzijde van Buiksloot dat toen nog aan het open zeewater van het IJ lag. Hoe wist ze dat? Door al jaren foto’s, kaarten en archiefstukken te bestuderen wist ze wat ze zag.
In 1790 tekende Jan Bulthuis die situatie. Daarop is dezelfde steiger te zien met het hek en de lantaarn-paal. Die steiger behoorde toe aan het ‘binnenveer’ dat het vervoer tussen Buiksloot en de Waterlandse steden (zoals Purmerend, Monnickendam en Edam) verzorgde.

Er was nog een tweede punt van herkenning. Op de tekening van Lamberts is ondergelopen land te zien en in zijn tijd moest dat te maken hebben met de Watersnood van 1825. Bij een andere tekening van Lamberts die in het Rijksmuseum wordt bewaard, vond Margreet eerder een doorlaatpasje op zijn naam dat hem in 1825 door Buiksloot was verstrekt. Hij mocht het ondergelopen land in om de gevolgen van de Watersnood te tekenen en dat is op de tekening van het NH archief te zien: de datering is dus zo goed als zeker 1825. In de verte is Krijtmolen d’Admiraal te zien die uit 1792 stamt. En het deel van een huis dat op Lamberts tekening staat, zou herberg Het Land van Belofte kunnen zijn die op de Buikslotermeerdijk dicht bij de steiger stond.
De situatie was vanuit de lucht gezien zo: de veerschuiten uit Amsterdam (het buitenveer) meerden – na vaak gejaagd te zijn door de Buikslotertrekvaart – af voor  de herbergen De vergulde Wagen en Het Rode Hart. De reizigers moesten dan over de Waterlandse Zeedijk naar de trekschuit aan de steiger van het binnenveer lopen om verder naar de Waterlandse steden te reizen. Die steiger lag ongeveer tegenover herberg Het Land van Belofte op de ringdijk van de Buikslotermeer. Dat geeft een inkijkje in de manier hoe Margreet Visser werkte:
Weten of ontdekken wat je ziet en onderzoeken wat je niet weet
en daarna vertellen wat jij NOG weet, zodat het niet in vergetelheid raakt.  

Dat vormde de basis van haar Geschiedenis van de Buiksloterham, waarin ook veel verteld wordt over de rol van Buiksloot in de 18e en 19e eeuw.




Tolhuistuin eeuwenlang vermaakscentrum

Schermafbeelding 2013-07-10 om 19.52.04Vanouds stond er op de punt van de Volewijck een tolhuis, een herberg die ook als veerhuis fungeerde en waar men rijtuigen met en zonder koetsier kon huren.
Op 27 schermafbeelding-2016-11-16-om-12-26-03januari 1858 besloot Amsterdam dat naast het oude veerhuis een nieuw uitspanningslokaal zou worden gebouwd op de stadsgronden ten noorden van het IJ. Dat gebouw staat er nu nog. Er werd toen bij het Tolhuis een grote tuin aangelegd met onder andere een muziektent. Vanuit de stad konden Amsterdammers de tuin en het schermafbeelding-2016-11-16-om-12-32-08Tolhuis met de stoomraderboot bereiken. Het Centraal Station was nog niet gebouwd, zodat je vanuit de Tolhuistuin een prachtig zicht had op het panorama van de haven en de stad. Algemeen Weekblad van 25-05 1859: ‘De zalen zijn ruim en frisch, het ameublement uitstekend netjes, het buffet met smaak ingerigt en het uitzigt over het IJ met zijn zeilen en masten, op de stad en schermafbeelding-2016-11-16-om-12-31-43omliggende streken waarlijk schoon. Aanvankelijk wordt dit geschenk door de Amsterdammers naar waarde geschat; jongstleden zondag deed de boot á 15 cents heen en terug, 65 reizen volgeladen; het aantal bezoekers bedroeg op dien dag alleen, ondanks de N.O.–wind omstreeks 2000.’ Vanaf het voorjaar van 1862 werden er openluchtconcerten gehouden.  De Tolhuistuin werd een van de grootste vermaakcentra in Amsterdam. In de zomermaanden werd er vaak een groots vuurwerk afgestoken wat veel extra bezoekers trok. Maar aan het begin van de 20e eeuw werd het lastiger de exploitatie winstgevend te houden. In 1912 werd door Amsterdam het pachtcontract opgezet. In 1913 vormden het Tolhuis en de tuin een onderdeel van de Eerste Nederlandsche Scheepvaart Tentoonstelling (ENTOS).




Margreet Visser – 15 april 1944 – 11 juni 2016

schermafbeelding-2016-10-28-om-11-10-01Op 11 juni 2016 is Margreet na een ziekte van tweeënhalf jaar overleden. In die periode heeft ze de drie delen van haar Geschiedenis van de Buiksloterham kunnen voltooien. Ze wilde wat zij nog wist en door onderzoek te weten was gekomen aan de vergetelheid ontrukken. Zij koos voor de periode tot 1921 omdat de verhalen van oor- en ooggetuigen steeds meer vervluchtigen en hun foto’s ons steeds minder vertellen.

De drie delen van De geschiedenis van de Buiksloterham zijn vanaf 5 november 2016 uitsluitend te koop bij:

  • Boekhandel Over het Water, Van der Pekstraat 59                             – overhetwater.nl
  • Plantage Boekhandel Van der Plas, Buikslotermeerplein 70            – lezeninnoord.nl
  • Stadsboekwinkel, Gebouw De Bazel, Vijzelstraat 32, hal             – stadsboekwinkel.nl
  • Historisch Centrum Amsterdam Noord, Johan van Hasseltweg 32b             – hcan.nl

Schermafbeelding 2016-03-07 om 13.54.01  Schermafbeelding 2016-03-07 om 13.53.36  Schermafbeelding 2016-03-07 om 13.54.23

Per stuk € 19,95 en
per set van 3 delen ca. € 50

 

 

Schermafbeelding 2013-07-22 om 12.33.34De vier boeken over Buiksloot die Margreet ook in eigen beheer publiceerde, zijn uitsluitend via deze site bij mij te bestellen. Zie prijzen en bestellen

De gereformeerde kerk van Buiksloot
De bewaarschool van Buiksloot
De School met de Bijbel in Buiksloot
Koninginnedag in Buiksloot

Frits Prior




Een kameel in de Buiksloterham (1908)

De Stélio sigarettenfabriekSchermafbeelding 2016-04-29 om 14.49.16

De eerste sigaretten die in Nederland werden verkocht, kwamen uit het buitenland. In 1904 stichtte Eduard Huf, die een tabakszaak in de Zoutsteeg had, een fabriek op Laanweg 41 en 43, waar hij met de hand Turks-Egyptische sigaretten van hoge kwaliteit liet maken. Hij haalde vaklieden uit Turkije die de Nederlandse ‘jonge mannen en vrouwen, jongmaatjes en meisjes’ het vak leerden. Na een jaar werkten er nog maar enkele Turken en werd het meeste werk door Nederlanders gedaan. Een Turk had de leiding en hield zich vooral bezig met de melange, het mengen van de zeven of acht soorten Egyptische en Turkse tabak. Daarvoor moest je veel van tabak weten en een fijne neus hebben. De jonge ‘harman’ (melangeur) was tussen de tabaksplanten opgegroeid.

Eigen Haard 1908: ‘Om de Stélio-sigaretten populair te maken, haalde Huf een kameel naar Nederland. Die kameel reed beladen met manden met Stélio-sigaretten door Amsterdam, maar ook door andere steden in ons land. (…) De kameel, de levende reclame voor de “Stélio-sigaret”, overnacht in een ruimen stal achter de fabriek, – een groot veld ernaast is te klein om hem voldoende aardvruchten – beetwortels – te verschaffen. Het ontbrekende wordt van elders ontboden. De “Stélio-kameel” met een Arabier als geleider, heeft steeds in en buiten Amsterdam, of waar hij zich ook bevindt, veel bekijks.’

Het Nieuws van den Dag 22-03 1906:

‘Een jonge Turk, of wat daar voor door moest gaan, rondrijdende door Amsterdam, vestigde heden op onafwijsbare manier de aandacht op “Stélio”, de Eerste Nederlandsche Turksche sigarettenfabriek Amsterdam-Smyrna, gevestigd aan den Laanweg over het Tolhuis. Met het merk Sultane, van deze Nederlandsche industrie, werd in het vorig jaar te Londen een eersten prijs behaald. De kameel-reclame was zooals men die in een groote stad van tijd tot tijd hebben moet.’

 

In 1907 werd in de gemeenteraad besloten de tarieven voor het met de pont overbrengen van voertuigen en vee, te verlagen. Voor een schaap, bok, geit, kalf, ezel of varken betaalde men 5 cent. Voor paard, muilezel, muildier, stier, os, koe of ander grootvoetig dier 20 cent. Een groot dier nam nu eenmaal meer plaats in. De kameel stond niet op het tarievenlijstje. Wat moest er betaald worden voor de Stélio-kameel die regelmatig met de pont over moest? Het had B&W niet zinvol geleken alle exotische dieren op te nemen, want zo vaak kwam het niet voor dat zo’n dier met de pont meeging. De aanduiding ‘of een ander grootvoetig dier’ moest genoeg zijn.

De Leeuwarder courant 08-07 1907:

‘Dan zijn er natuurlijk eenige winkeliers en ondernemingen, die door opvallende reclamen de belangstelling van het publiek trekken. De beroemde “Stélio”-kameel mag ik zeker wel in de eerste plaats noemen. Dat statige dier, vergezeld van zijn drijver en zijn jeugdige berijder in Oostersch costuum, heeft al door alle straten, stegen en grachten der hoofdstad de ronde gedaan, reclame makend voor het nationale product, de uitnemende Stélio-cigarette van de populieren heer Huf. Hoe uitnemend deze Nederlandsche firma zich van reclame weet te bedienen is mij dezer dagen weer gebleken, toen ik in den feestwijzer van festiviteiten in een Drentsch plaatsje tijdens Koninginnebezoek las in een nummer der volksfeesten, een wed-ren tusschen de Stélio-kameel en een paard.’Reclamekaart met de Stélio-ballon. Achterop staan de namen van de sigaretten met hun prijzen en ook de internationale prijzen en medailles die de fabriek kreeg in Luik, Antwerpen, Milaan en Londen.

Geen lieverdje

De oosterse kamelendrijver viel uit zijn rol als de jeugd handtastelijk dreigde te worden. In plat-Amsterdams werden de onverlaten bij het dier weggescholden. De Stéliokameel zelf was ook geen lieverdje: toen hij uit verveling eens losbrak uit zijn stal achter de fabriek vrat hij al het behang op in de dichtstbijzijnde woning, die van de meesterknecht. Toen de fabriek in 1910 sloot, werd zijn stal in de Purmerender Courant van 16-04 1911 te koop aangeboden:

‘Een prachtige Stal te koop voor Tent, Loods, Pakhuis en alles geschikt.

Diep 5 meter; hoog 6 meter 40. Gemakkelijk uit elkaar te nemen.

Adres: Laanweg 41/43, over het Y, Amsterdam.




Kinderen op de Laanweg 2 (1907)

Schermafbeelding 2016-04-27 om 15.28.42Een groepje kinderen poseert midden op het bestrate deel van de Laanweg voor de fotograaf. Het is zomer 1907 en de meisjes dragen een strooien hoedje. Drie van hen hebben een wit schort aan dat diende om hun jurken zoveel mogelijk schoon te houden. De twee zonder schortje zijn waarschijnlijk zusjes, zij dragen identieke jurken. Achter hen staat een iets grotere jongen met een grote witte kraag.
Het meisje links is Maartje HenSchermafbeelding 2016-04-27 om 15.33.01drika Uitslager (1901), de dochter van Cornelia van Vliet en Jan Uitslager. Ze woonden op dat moment in een van de nieuwe huisjes (22A). Dat bevond zich achter nummer 20 waarvan in de verte rechts het dak te zien is. Kort na het maken van de foto verhuisden ze naar de Buiksloterweg.
Maartje was enig kind. Ze stuurde deze foto als ansichtkaart op 26 mei 1907 aan haar oom en tante Jacob Engel en Aagje van Vliet. De kaart was geSchermafbeelding 2016-04-27 om 15.29.08frankeerd met een postzegel van 1 cent. De datum van het poststempel was 26 mei 1907, Amsterdam Centraal Station. Aagje en Jacob woonden eerst bij de sluis waar hij sluiswachter was, maar in 1906 werd hij overgeplaatst naar Alkmaar waar hij brugwachter werd.

Schermafbeelding 2016-04-27 om 20.31.39Links op de foto zijn de herenhuizen Laanweg 53 en 55 en 57, 59 en 61 te zien. Links tussen twee bomen is de punt van het toegangshekje met de naam van de villa erop te zien. Rechts achter de schutting is nog net Laanweg nummer 20 te zien: het huis van de familie J.C. Reinders Folmer met daarnaast het Vinkenbuurtje. Niet te zien zijn de blokken huizen Laanweg 18A-F, rechts van de weg.

Schermafbeelding 2016-04-27 om 15.44.07Op de Laanweg woonden veel kinderrijke katholieke gezinnen. Op nummer 51 Villa Agathe woonde makelaar Wilhelmus Meester met zijn vrouw en 6 kinderen. Het zouden er 9 worden.
Op nummer 57 Villa Corrie woonde architect Joannes Meester met zijn vrouw en hun 7 kinderen. Het zouden er 10 worden. De familie Meester vroeg in 1904 in een advertentie om een flink R.K. meisje voor huishoudelijk werk en geschikt voor kinderen. In 1906 toen zij 12½ jaar getrouwd waren, werd er namens hun kinderen een advertentie in de Tijd gezet. Godsdienstig-staatkundig dagblad: de Tijd 24-03 1906: ‘Op den 10den April hopen onze veel geliefde Pa en Moe Jan L. Meester Wzn. en Margaretha A. Meester v.d.Wel, hun 12½ jarige Echtvereeniging te herdenken. Hun dankbare Kinderen, Willem, Corrie, Jan, Jozef, Annie en Karel. Amsterdam, Laanweg no 57, o/h IJ Huize ‘Corrie’.




Kinderen op de Laanweg 1: wat zagen zij in 1904?

Schermafbeelding 2016-04-26 om 20.30.15Het probleem van veel oude foto’s is dat ze pas echt iets vertellen als je weet wat je ziet. Zo heb ik een oude foto van drie kinderen op de Laanweg. Van twee van hen ken ik de namen nog. Als ik nu niet opschrijf wat ik van hen weet, bestaat de kans dat die kennis verdwijnt.
De foto is omstreeks 1904 gemaakt.  Links staan Rika en Jannetje Sohl en rechts staat een mij onbekend meisje. Jannetje (1896) en Rika (1897) en een vriendinnetje maakten een wandeling. Ze woonden in Buiksloot waar hun vader vlakbij de Waterkering een slagerij had. Vanuit hun huis waren ze eerst de Waterkering overgegaan en daarna gingen ze linksaf de dijkweg langs het Noord-Hollands kanaal (de Buiksloterweg) op.

Misschien liepen ze over de kruin van de dijk. Rechts lagen de akkers van de Buiksloterham. Ze passeerden na een heel eind lopen twee kleine arbeidershuisjes en zagen toen het imposante Huis den Ham en de bijgebouwen van die grote herenboerderij die bij de kruising van de Middenweg en de Laanweg stond. Daar moeten ze van de dijk over een slootje de polder in gegaan zijn. Ze lieten de Middenweg rechts liggen en gingen verder over het smalle, landelijke en onbestrate stuk van de Laanweg. Links zagen ze kleine boerderijtjes, een grote loods en een aantal kleine huisjes. Daar trof de fotograaf hen. Achterop de foto staat geschreven: In de Ham.

Schermafbeelding 2016-04-26 om 20.49.18De tekening laat zien wat de drie meisjes achter zich zagen. Aan het eind van de weg, waar de rij bomen ophield, stond links Huis den Ham. De Laanweg fungeerde eigenlijk als een grote oprijlaan voor Huis den Ham. Aan de linkerkant op de foto strekten zich landbouwgrond of weiden uit en rechts stonden de kleine boerderijen en het Vinkenbuurtje. Van landbouwverkeer is op de foto niets te merken, misschien werd de foto op een zondag gemaakt. Schermafbeelding 2016-04-26 om 20.52.33Het landelijke stuk van de Laanweg bestond sinds 1851, maar was nog weinig veranderd. Er waren huisjes bijgekomen rond nummer 20 en 22, maar dat was dan ook alles.

Hoe anders zag de Laanweg er uit in de richting waarin de kinderen kijken! Wat zagen zij voor zich?

  • De fotograaf met een groot houten fototoestel op een houten statief.
  • De bomenrij (iepen) die zich voortzette langs een iets bredere weg die bestraat was.
  • Links en rechts nieuwe etagewoningen, in blokken gebouwd, met tuintjes ervoor en boven de toegangshekken bordjes met namen als: De Eersteling, Wilhelmina, Smyrna en Hendrika. In die huizen woonden mensen afkomstig uit de stad of uit andere plaatsen in Nederland.
  • Rechts in een aantal sousterrains winkels met grote winkelruiten, die voor een deel nog leeg stonden.
  • Links in de verte enkele grote losstaande villa’s.
  • Drie elektrische booglampen die dat stuk van de Laanweg verlichtten.
  • In de verte rechts een open stuk land waar men van plan was nog te bouwen en waar o.a. Ajax speelde.
  • In de verte aan het eind links: de gebouwen van de papierstucfabriek.

Het was voor hen een andere wereld! Dat zal voor de oorspronkelijke bewoners van de polder niet anders geweest zijn. Hun rustige omgeving was voorgoed veranderd door de komst van enkele architecten die aangetrokken werden door de ruimte en de goedkope grond in de polder. Ze hadden grote plannen voor de Laanweg. Het was een belangrijke verbindingsweg die naar de sluizen en de veerpont leidde. Er werd vanaf 1897 jarenlang gebouwd langs het begin van de weg, tot er door de nieuwe regels van de Woningwet van 1901 vrij plotseling een eind kwam aan de bouwactiviteiten daar.

Schermafbeelding 2016-04-25 om 09.44.12 De R.K. hulpkerk St. Rita (op de tekening links) die in 1906 werd gebouwd, was het laatste nieuwe gebouw dat er op de Laanweg bij kwam. Daarna keerde de rust enigszins terug. De onzekerheid bleef, want de kranten stonden bol van plannen voor de Buiksloterham en de sluizen. Het zou nog lang duren voor Amsterdam werkelijk ging bouwen in de Ham.

Zie verder deel 3 van De Geschiedenis van de Buiksloterham tot 1921

 




De ENTOS in de ‘achtertuinen’ van de Laanweg (1913)

Schermafbeelding 2016-04-25 om 22.33.37Van 6 juni tot 1 oktober 1913 vond op het Tolhuisterrein en op een stuk braakliggende grond in de Buiksloterham de ENTOS plaats: de Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied. Het hoofdgebouw van de tentoonstelling met torens van 40 meter hoog werd ontworpen door architect H.J.M. Walenkamp, die op de Laanweg woonde.  Schermafbeelding 2016-04-25 om 22.58.58
Voor de bewoners van het stedelijke en het agrarische deel van de Laanweg moet de ENTOS een bijzondere gebeurtenis zijn geweest. Leuk en interessant, maar op den duur ook hinderlijk. Het Lunapark grensde aan de achtertuinen van de herenhuizen van de Laanweg.Schermafbeelding 2016-04-25 om 22.50.31Schermafbeelding 2016-04-26 om 14.28.46 ’s Avonds waren ‘Oud Holland’ en het Lunapark elektrisch verlicht, de bezoekers maakten veel lawaai en er klonk de hele avond muziek. Er waren verschillende cafés met terrassen en onder andere een achtbaan, een reuzenrad, een tobogan (een hoge spiraalvormige glijbaan), een draaimolen en een water-roetsjbaan. ’s Avonds werd er vaak vuurwerk afgestoken.

Maar er was nog meer drukte. In de weken voorafgaand aan de tentoonstelling werd het zware materiaal voor de attracties op grote wagens over de Laanweg aangevoerd en tijdens de tentoonstelling namen veel bezoekers van de ENTOS de route via de Laanweg. De consumptieprijzen van de cafés in ‘Oud Holland’ (waar o.a. een houten weergave van de oorspronkelijke Dam was opgebouwd) en in het Lunapark waren hoog. Dat gaf enkele bewoners van de Laanweg het idee zelf een cafeetje te beginnen. Zo opende Barend Uitslager in de grote tuin bij zijn boerderijtje Café ENTOS waar hij onder andere Amstelbieren schonk. Het initiatief van Amsterdammer J.A. Engwerda om op het open terrein naast het Lunapark een Oudhollandsche theetuin met een groot aantal winkeltjes te exploiteren werd geen succes.

Foto’s van de ENTOS zijn onder andere te vinden op de BEELDBANK van het Stadsarchief.

In deel 3 van mijn Geschiedenis van de Buiksloterham tot 1921wordt de ENTOS uitgebreid besproken. (Bestellen)

 




De eerste fietsenwinkel op de Laanweg (circa 1906)

In 1904 werden in een advertentie in De Telegraaf  huizen en een winkelpand op de Laanweg te huur aangeboden: ‘in het schoonste gedeelte van de stad en 15 minuten van de Dam’. Aanbieder was W.J.N. Meester, beheerder van de huizen van de Maatschappij Nieuw Amsterdam. Het winkelpand had een ‘speeltuin’ en de huurprijs was f 375,- per jaar’. Schermafbeelding 2016-04-25 om 12.34.22Hoewel de winkel ‘zeer geschikt voor een melkinrichting’ was, kwam die er niet. Blijkbaar werden niet alle huizen op de Laanweg snel verhuurd.  Wel vestigde zich daar in 1906 op nummer 35 – Villa ‘De eersteling’ – fietsenmaker Arie Lamers met zijn gezin. Op de foto staat Lamers voor zijn winkel, samen met zijn zoontje Arie (1898) of misschien is het Adrianus (1899). Om de winkel in te gaan moest je een paar treden naar beneden. De huizen hadden een souterrain en een bel-etage.Lamers vertrok in 1912 naar Den Haag. Zijn opvolger Klaas Bakker adverteerde met een rijwiel-herstelplaats en een rijwielbewaarplaats. Je kon er je fiets stallen, laten vernikkelen en emailleren. In 1913 – het jaar waarin de ENTOS direct achter de huizen van de Laanweg plaatsvond – kostte het huren van een fiets 20 cent per uur en f 1,50 per dag. Je kon een rijwiel bij Bakker ook op gemakkelijke betalingsconditiën kopen. Op de winkelruit staat VERKOOP VAN RIJWIELEN en onderdelen. Daarvan is maar een deel te zien. Lamers heeft ook een stalling (er staat op een bordje in de etalage Rijwielberging ANWB) en hij verkoopt fietsen van het merk ….

Schermafbeelding 2016-04-25 om 12.15.59Bij de fotoSchermafbeelding 2016-04-25 om 18.44.29

 

 

 

 

 

Op de schets rechts is te zien wat Lamers zag. Op het detail van de foto links zie je de fotograaf gespiegeld in de winkelruit. Hij staat in de voortuin. Achter hem – ook in spiegelbeeld – is Laanweg 8 te zien – het woonhuis van architect H.J.M. Walenkamp – met daarachter het puntdak van de timmerfabriek van Louis G. Mohrmann. In die fabriek stond de generator die de machines van Mohrmann draaiende hield, maar die ook zorgde voor de elektrische verlichting van de stadshuizen aan de Laanweg en voor de straatverlichting. De bewoners mochten de lampen alleen ’s avond gebruiken, als de fabriek gesloten was. De Laanweg was de eerste elektrisch verlichte straat in Amsterdam.

Andere winkels op de Laanweg

Nummer 39, Villa De Oorsprong: Slagerij
Op nummer 39 was de vleeshouwerij gevestigd van Jan H.P. Nieuwenhuis, van beroep slachter. Hij was getrouwd met een zus van de gebroeders Meester. Hij had in 1904 vier kinderen, dat zouden er zeven worden. Nieuwenhuis verhuisde in 1907 naar nummer 45 boven en in 1909 ging hij weer terug naar 39. De winkel werd later woonhuis.

Nummer 45, Villa In en buiten: Drogisterij
Op nummer 45 kwam in 1904 Hendrik Keck wonen, die daar een drogisterij begon. Hij kwam met zijn vrouw en pas geboren dochter uit Amsterdam. Op de Laanweg kregen ze er nog een zoon bij.

Nummer 49 Villa Rustoord: Bakkerij
Op 49 opende Coenraad H. Grosmann in 1905 een bakkerij. Achter het huis liet hij een gebouwtje maken met een gemetselde oven. Zijn vrouw en hij hadden een pas geboren dochter en zouden nog vijf kinderen krijgen. In De Waterlander stond in 1913 dat hij inmiddels ook een Hollandsche en Fransche Luxe bakkerij geopend had aan de Meeuwenlaan/hoek Valkenweg. Hij adverteerde met ‘echte Dresdener Weinachtsstollen en prima kwaliteit amandelstollen’. Verder verkocht hij diverse soorten ‘pain de luxe, beschuitjes, krakelingen, brood, koek, banket, chocolade en dessertwerken’. Zijn producten werden bekroond.